Sociale
Media en het onderwijs
Learning
Apart Together
Facebook,
Hyves, YouTube... jongeren spelen in het dagelijkse leven veelvuldig met
sociale media. Binnen de schoolmuren lijken deze gereedschappen nauwelijks een
rol van betekenis te spelen. Dat is even begrijpelijk als een gemiste kans.
Dit
artikel verscheen eerder in tijdschrift Vector, nummer 14 / november 2010.
Vector is een uitgave van de lerarenopleidingen 12+ van Fontys Hogescholen. Auteur Erno Mijland
adviseert scholen over de inzet van nieuwe media in het onderwijs. Hij is een
van de auteurs van de in januari 2011 verschenen methode Slimmerkunde (Malmberg), waarmee leerlingen van het
voortgezet onderwijs onder andere leren om hun schoolactiviteiten aangenamer en
efficinter te doen door slimmer gebruik te maken van nieuwe technologie. Meer
weten: www.ernomijland.com.
Chlo (15)
doet een werkstuk over de gezondheidsaspecten van zout in onze voeding. Ze
zoekt op Delicious.com naar websites
over dit thema die door anderen worden aanbevolen. Op Twitter plaatst ze een berichtje: Wat is een
goed boek over zout en gezonde voeding? en voegt daar een zogenaamde hashtag
aan toe: #durftevragen. Dankzij dit labeltje vinden Twitter-gebruikers die het
leuk vinden vragen te beantwoorden van anderen het berichtje van Chlo. Een
uurtje later heeft ze drie tips. Twee keer wordt het boek Wat is nu gezond?
van prof. dr. Martijn Katan genoemd, met daarbij: Leest gemakkelijk en
Nuchter en wetenschappelijk onderbouwd. Precies wat ze zoekt. Ze reserveert
het boek online via haar plaatselijke bibliotheek. Tijdens het lezen is haar
een ding niet duidelijk. Katan adviseert zout te gebruiken, waarin natrium
deels door kalium vervangen is. Maar kun je daar ook te veel van binnen
krijgen? En is dat dan ook ongezond? Ze zoekt de website van de auteur op en
vindt er een e-mailadres. Dezelfde avond heeft ze al een antwoord per mail,
rechtstreeks van de auteur. Als haar werkstuk bijna klaar is, zet ze de tekst
online op Google Docs. Ze geeft haar oom
(een kok in een verzorgingshuis), een vriend van haar vader (leraar Nederlands)
en twee klasgenoten toegang met het verzoek om feedback. Een paar dagen later
heeft ze nog enkele goede tips en heeft de leraar Nederlands alvast wat
tekstcorrecties doorgevoerd in het stuk. Als Chlo later een dikke voldoende
heeft gehaald voor haar werkstuk, zet ze het op haar weblog.
Van en
met elkaar leren
Sociale
media zijn internettoepassingen, waarmee mensen online met elkaar in contact
kunnen komen en informatie kunnen delen. Voorbeelden zijn Flickr (fotos), Slideshare (presentaties), Scribd (documenten), Twitter (berichtjes van 140 tekens) en Mindmeister (Mindmaps). Je kunt ze op een
informele manier en voor je plezier gebruiken, maar ook voor samenwerking op
afstand n om met en van elkaar te leren. Voor het onderwijs is met name dat
laatste van belang. Chlo maakt slim gebruik van sociale media voor haar
schoolwerk. Ze heeft dan ook een enthousiaste biologiedocent die zijn
leerlingen stimuleert, enthousiasmeert en begeleidt bij een andere manier om
het internet te gebruiken. Het gaat er volgens hem niet alleen om betrouwbare,
statische bronnen te raadplegen, maar veel meer van en met elkaar te leren. Hij
heeft - om meerdere redenen - een punt. Sociale media bieden gereedschap dat
uitstekend en laagdrempelig is in te zetten voor leerdoeleinden. Met het
inzetten van sociale media in het onderwijs sluit je aan bij en bouw je voort
op de kennis en ervaringen die jongeren al opdoen met deze media. Leerlingen
krijgen bovendien toegang tot waardevolle bronnen die ontsloten worden door de
online gemeenschap. En niet onbelangrijk: functioneel en mediawijs gebruik van
sociale media is een vaardigheid die we steeds meer van iedere van professional
verwachten. Onderwijs bereidt jongeren voor op de toekomst en sociale media
zijn daarin een essentieel gereedschap.
Functionaliteiten
Het is
misschien een wat grote gedachtensprong: van het gebabbel op MSN en de puberale
uitspattingen op Hyves naar leren en
onderwijs. Laten we, om deze sprong mogelijk te maken, de volgende vraag eens
beantwoorden. Wat doen we al in het onderwijs en wat kan net zo goed, beter of
plezieriger met sociale media?
Kennis
halen en delen
Informatie
verzamelen is met de komst van het internet gemakkelijker geworden. We hebben
alleen al via Google toegang tot een gigantisch archief aan bronnen. Steeds
meer bronnen zijn bovendien multimediaal en hebben een hoge
informatiedichtheid. Sociale media voegen daar nog iets aan toe: gebruikers van
bronnen geven beoordelingen en voegen labels toe, zodat ze beter vindbaar
worden. (Ervarings)deskundigen zijn gemakkelijker benaderbaar geworden. Zo maak
je in een handomdraai een enqute en vind je op Hyves-paginas of online
groepen snel de doelgroep die je zoekt voor het invullen ervan. Opgedane of
geproduceerde kennis kan gemakkelijk gedeeld worden met de wereld, bijvoorbeeld
via weblogs en websites waarop je documenten kunt publiceren. Voorbeelden:
Slideshare voor Powerpoints of Scribd voor tekstdocumenten. Bij de meeste
diensten kun je kiezen voor het delen binnen een netwerk (vrienden, familie) of
publiceren voor de hele internetgemeenschap.
Samenwerkend
produceren
Working
Apart Together is ondertussen een bijna volwaardig alternatief voor
samenwerken op locatie. Het internet biedt de gereedschappen om in real time
met meerdere mensen te werken aan documenten. Voorbeelden zijn Google Docs en
Microsoft Live Webapps. Van de documenten die je hiermee maakt is maar n,
centraal opgeslagen versie en dat is altijd de laatste. Tijdens het samenwerken
leer je van elkaar: iedereen brengt eigen kennis, vaardigheden en talenten in
en geeft de anderen op basis daarvan feedback. Working Apart Together
betekent ook dat alle leden van een gemeenschap, maar een klein steentje hoeven
bij te dragen om tot grootse prestaties te komen. Wikipedia is daar een
sprekend voorbeeld van. Maar op kleinere schaal kan het ook. Als iedere
leerling n keer per maand een stukje maakt voor het weblog van de school, heb
je met relatief weinig inspanning toch een bijzonder levendig resultaat.
Dialoog,
debat, toetsen en reflecteren
We leren in
dialoog en debat met onze omgeving. Sociale media ondersteunen dat. Zo kun je
in online conversaties elkaars uitingen waarderen, becommentariren, aanvullen
of nuanceren. Anderen kunnen ons helpen met reflecteren door het stellen van de
juiste vragen. In forums, op Twitter, in LinkedIn en andere platformen vinden
discussies plaats over elk denkbaar onderwerp en op weblogs kunnen bezoekers
reacties achterlaten. Snel de meningen peilen kan door een poll uit te zetten
in je netwerk. Als lerende kun je je halffabrikaten publiceren om ze op basis
van feedback van anderen aan te scherpen en te verbeteren. Ik noem dat
eta-leren.
Nieuwe
vaardigheden
Mooie
woorden? Ja, maar werkt het wel zo gemakkelijk als we naar de dagelijkse
praktijk van het onderwijs gaan kijken. Nee, niet zomaar. Leerlingen zijn
misschien handig met de technologie van sociale media, maar dat wil nog niet
zeggen dat ze ook vaardig en wijs zijn of een succesvolle attitude hebben. De
biologiedocent van Chlo laat zijn leerlingen dan ook niet zwemmen. Hij
besteedt aandacht aan een kritische houding van zijn leerlingen. Geloof je
klakkeloos alles wat vanuit je netwerk op je af komt? Hoe ga je om met je
privacy? Hoe zorg je ervoor dat mensen uit je netwerk je willen helpen?
(Antwoord: door zelf ook anderen te helpen en zo een balans tussen geven en
nemen te creren.) Hoe organiseer je online samenwerking? Hij legt uit dat je
heldere afspraken moet maken over het proces, over de verwachtingen rond
bijdragen van anderen en over het stellen van deadlines.
De
attitude van de docent
Het implementeren
van sociale media in je onderwijs vraagt om lef. Het is een kwestie van lerend
implementeren, ofwel: experimenteren, kritisch reflecteren op het resultaat en
bijstellen. Het vergt ook lef om de inbreng van leerlingen te waarderen. Met
name op het gebied van de technische vaardigheden zullen ze soms verder zijn
dan de docent. De grootste uitdaging ligt waarschijnlijk in de kunst van het
loslaten van de leerlingen. Heel concreet: de online gereedschappen waar het
hier over gaat draaien buiten het computernetwerk van de school. Maar het gaat
ook over het proces. Grijp niet direct in als er iets misgaat, bijvoorbeeld als
de online samenwerking niet goed draait. Van fouten maken leer je het meest,
maar dan moet je ze wel mogen maken. De begeleiding van de docent bestaat uit
slimme, prikkelende interventies, zoals vragen waardoor de leerlingen aan den
lijve ervaren wat wel werkt en wat niet.
Waarborgen
Als
leerlingen de veilige en controleerbare wereld van de school verlaten, moet je
daar op een verantwoordelijke manier mee omgaan. Dat betekent dat je werkt met
goede afspraken vooraf, bijvoorbeeld over het gebruik van wachtwoorden, over
wat je wel en wat je niet online publiceert en voor wie, en over de etiquette
die je hanteert. Informeer ouders over je aanpak, zodat ze niet verrast zijn
als ze werk van hun kind tegenkomen via Google. Ze zullen het dan juist
waarderen dat ze de vorderingen van hun kind beter kunnen volgen dan voorheen.
De attitude waar je richting leerlingen de nadruk op legt is: wie goed doet,
goed ontmoet. Of zoals de Engelsen zeggen: What you give, is what you get.
Heb er tenslotte oog voor dat je voor het gevoel van pubers binnendringt in hun
wereld als je met hn gereedschap aan de slag gaat. Geef leerlingen daarom
bijvoorbeeld de keuze met gescheiden accounts te werken voor school- en
privzaken.
Leer-kracht
Gebruik
sociale media niet met als enige reden dat jijzelf of de leerlingen het zo leuk
en motiverend vinden, maar omdat je echt gelooft in de leer-kracht van het
medium. Leren met sociale media is learning apart together, ofwel:
samenwerken op afstand met de technologie als schakel tussen de leerlingen.
Maar ook met de sprankelende real life communicatie in de ontmoeting op school.
Want sociale media zijn niet vervangend voor het echte contact. Ze kunnen dat
contact wel faciliteren en verrijken.
Naar de
onderwijspraktijk
De
mogelijkheden om sociale media in te zetten in het onderwijs zijn legio en
variren van heel praktisch en van organisatorische aard tot ondersteunend aan
het leerproces. Een aantal voorbeelden.
Praktisch
/ organisatorisch
- De school
kan een Google Agenda aanmaken met bijzondere activiteiten, vakanties
enzovoort. Docenten kunnen gezamenlijk hun spreekuren invoeren, waarin ze
vrij beschikbaar zijn voor vragen van leerlingen. Leerlingen kunnen deze agenda
met n druk op de knop integreren in hun eigen Google Agenda.
- Publiceer
roosterwijzigingen en huishoudelijke mededelingen via Twitter.
- Verzamel
via Delicious relevante links rond een les of project en biedt leerlingen de
mogelijkheid hun bijdrage aan de verzameling te geven.
Ondersteunend
aan het leerproces
- Laat
leerlingen hun portfolio opbouwen op basis van een weblog. Alle bronnen die ze
verzamelen en zelf maken (documenten, filmpjes, fotos) zijn via dit portfolio
beschikbaar. Via reactieknop geven de docent en enkele leerlingen feedback. De
docent besteedt van tevoren aandacht aan feedback geven en ontvangen in een
les.
- Laat
leerlingen verder kijken dan Google bij het verzamelen van informatie voor een
werkstuk. Geef ze bijvoorbeeld de opdracht een (ervarings)deskundige te vinden
via LinkedIn en deze een vraag voor te leggen of laat ze een online enqute
uitvoeren onder medeleerlingen.
- Maak met
Mindmeister gezamenlijk een online mindmap ter voorbereiding van een debat in
het klaslokaal.
- Laat
leerlingen om toerbeur een overhoring maken op www.wrts.nl voor diens
klasgenoten. Met relatief weinig investering heeft de hele groep er profijt van
en de leerling die de overhoring maakt, heeft een extra rijke leerervaring.
Alle
genoemde tools in dit artikel zijn terug te vinden via deze Deliciouspagina.
De
traditionele gemeenschap als metafoor
Het
wereldwijde web heeft eigenlijk een valse start gemaakt door de paradigmas van
de traditionele media als uitgangspunt te nemen. Het internet was aanvankelijk
een kanaal voor het zenden van informatie in n richting. De laatste jaren is
het internet steeds meer een platform geworden naar het model van gemeenschappen
van mensen, waarbij interactiviteit, wederkerigheid en communicatie centraal
staan. Anders dan bij traditionele gemeenschappen, zijn communities op het
internet niet locatiegebonden. Je kunt bovendien deelnemen aan gemeenschappen
op basis van n specifieke interesse en anderen binnen de gemeenschap
nauwelijks kennen, behalve op het niveau van de gedeelde belangstelling. In de
praktijk: je kunt lid zijn van een wereldwijde gemeenschap van liefhebbers van
de muziek van jazzbassist Avishai Cohen, niets weten over de burgerlijke staat
van een ander lid en zomaar een half jaar niets van je laten horen, zonder dat
iemand er iets van zegt. Bijzonder is dat nieuwe communities erg groot kunnen
zijn.
In juli
2010 was ongeveer 7% van de mensheid lid de gemeenschap van
Facebook-gebruikers.